Emma:
Stel. U ziet mij lopen. Wat denkt u dan?
Zou u iets van mij vinden?
Of bent u zo iemand die niet zo snel dingen vindt?
Niet dat ik daar problemen mee heb, hoor.
Als u niets van mij zou vinden.
Helemaal niet zelfs
Wat zou het u opleveren?
Toch
U kent mij niet.
Ik ken u niet.
Waarom dan al die moeite doen?
Ik snap dat wel, denk ik.
(stilte)
Er zijn maar weinig mensen, die de dingen snappen.
En toch wordt het vaak gezegd.
‘ik snap het.’
‘ik snap precies wat je bedoelt’
zeggen ze.
De mensen.
Terwijl.
Ze snappen het niet.
Ze snappen er niks van.
Ik snap het vaak zelf niet eens.
Laat staan dat zij het kunnen.
En toch zeggen ze het.
‘Ik snap jou’
Nee.
Je snapt mij niet.
Je denkt mij te snappen.
Maar dat is iets anders.
Zeg dat dan.
Dat kan ook.
Dan ben je tenminste eerlijk.
Je kunt het je indenken.
Wellicht
Of je er misschien een voorstelling van maken.
Maar snappen?
Voor echt snappen is veel nodig.
Dat onderschatten mensen.
Gek woord eigenlijk.
‘snappen.’
Moet je eens heel vaak achter elkaar zeggen.
‘Snappensnappensnappensnappen’
Het gaat allemaal over eelt.
Eelt op je ziel.
Levenservaring.
Hoe meer eelt, hoe meer je snapt.
Hoe meer je snapt, hoe meer eelt
Dat is een wisselwerking.
Er zijn niet zoveel mensen met eelt.
Schrammetjes. Dat wel.
Kleine inkepingen.
Blauwe plekken.
A là.
Maar dat is geen eelt.
Ik denk dat het komt omdat
Mensen te lang op één en dezelfde plek blijven.
Als je je hele leven op één plek blijft staan,
raken je voeten nergens aan gewend.
Je moet lopen.
Maakt niet uit waar naar toe.
Zo hard mogelijk lopen.
Het liefst over onverharde wegen.
Mensen zijn zo snel tevreden.
Ik begrijp dat niet,
Ik vind ‘tevreden’ een beangstigend woord.
Ik geloof het ook nooit, als het gezegd wordt.
‘Ik ben tevreden’
Net als ‘Thuisfront.’
Ook al zo’n naar woord.
Ik vind ‘thuisfront’ één van de lelijkste woorden uit onze taal.
‘Moet je niet even iets laten weten aan het thuisfront?’
Het idee dat er een front zou zijn, van waaruit je opereert, maakt me misselijk.
Dat impliceert dat je daar steeds weer naar terug zou moeten
Om op te laden.
Als een soort verplichting.
Ik houd daar helemaal niet van.
Van verplichtingen.
Nooit van gehouden ook.
En bovendien.
Wat is thuis?
Als je er van uit gaat dat thuis de plek is
waar je je op dat moment bevindt.
Dan hoef je nooit terug.
Dan kun je vooruit.
Lopen.
Eelt verzamelen.
Met het front in je binnenzak.
Of op je rug
Dat vind ik zo fascinerend aan slakken.
Ik snap de slak.
Ik snap heel weinig.
Maar de slak, die snap ik.
(Monoloog uit ‘Zin’ 2011)









