Droom

Reinier:

Op een ochtend werd ik bang wakker.

Badend in het zweet.

Was me nog nooit eerder overkomen.

Een nachtmerrie.

Ik droom zelden. Of nou ja, zelden.

Een mens schijnt altijd te dromen,

maar ik kan me ze in ieder geval nooit herinneren,

laat ik het dan zo zeggen.

Maar deze nacht was anders.

Elk detail. Elke gedachtesprong.

Kraakhelder.

Ik zat op een perron.

En ik zag mezelf.

Vond ik meteen al raar

Want in de weinige dromen die ik heb, zie ik de wereld altijd vanuit mezelf.

Maar deze keer dus niet.

Deze keer hing er, als het ware, boven.

Als een helikopter.

Een view.

Ik keek dus naar mezelf.

Zittend op dat gigantische perron.

Vanuit die view

En ik moet zeggen.

Ik zag er behoorlijk ontspannen uit.

Zonnetje op de achtergrond.

Ik zat wat te lezen

Stak een pijp op.

Zette zo af en toe mijn hoed recht.

Precies zoals ik mijzelf het liefste zie

Geen man, over boord.

Zo leek het.

Want dat beeld zou maar enkele seconden aanhouden.

Ineens. Vanuit het niets, zag ik mezelf opstaan.

Kennelijk geschrokken van iets.

Want die ontspanning, was in één klap, totaal verdwenen.

Met piepende wielen, kwam er,

met een enorme vaart

een trein het station binnen denderen.

Zo’n oude stoomlocomotief.

Het hele perron trilde.

Ik ook.

Want dat zag ik.

Vanuit die view.

Ik zag mezelf, vanuit die view, trillen.

En dat is gek.

Dat is heel gek.

Om jezelf te zien trillen.

Zulke dingen moet je niet onderschatten.

Langzaam kwam het gevaarte tot stilstand

De deuren gingen open.

En vanuit alle openingen kwamen mannetjes tevoorschijn.

Honderden mannetjes.

Vanuit die trein

Het perron op.

En toen ik inzoomde,

wat vanzelf gebeurde,

waar ik weinig voor hoefde te doen

zag ik,

dat al die mannetjes,

al die piepkleine mannetjes

Stuk voor stuk een pijp, een hoed en een bril droegen.

Allemaal.

Het waren Reiniers.

Honderden Reiniers

Overal waar ik keek.

Reiniers.

Reinier, Reinier, Reinier, Reinier.

En toen raakte ik mezelf dus kwijt.

Ik zag mezelf niet meer.

Ofja, ik zag mezelf wel.

Ik zag mezelf genoeg.

Maar niet mezelf, mezelf.

Niet dat mannetje

dat eerst daar alleen

op dat perron zat.

En toen begonnen al die Reiniers allemaal tegelijk te praten.

En allemaal op dezelfde manier.

Met precies dezelfde stem.

En precies dezelfde intonatie.

Het was een verschrikking.

En ik kon niets doen.

Ik kon er alleen maar naar kijken.

Ik wilde er niet naar kijken,

maar ik moest er naar kijken.

Want ik zat in die view.

Enkele tellen later, schoot ik wakker.

Die ochtend zijn mijn ogen geopend.

Het moet anders, dacht ik.

Uit de massa.

Ik moet me gaan onderscheiden.

Me verheffen.

Een steen verleggen.

Iets doen dat me uniek maakt.

Voorgoed.

Iedereen zal weten wie Reinier is.

(Uit ‘Zin’ 2011)

Leave a reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>